Pasta met romige saus

Deze pasta met romige saus heeft eigenlijk alles. Maar niet geheel onbelangrijk, met deze pasta zit jij sowieso aan je verplichte dagelijkse hoeveelheid groente. Deze pasta is dus niet alleen heel lekker maar ook nog eens gezond. Dat is mooi meegenomen, nog een mooi bijkomstigheid is dat de pasta snel op tafel staat. Ideaal voor na een dagje werken. Ik had een restje meegenomen naar mijn moeder en die gaf het cijfer 9.5, ik blij. Want ja mijn moeder is aardig kritisch. Misschien iets raars, maar Swen en mijn ouders geven mijn gerechten altijd cijfers, zo weet ik wat voor hen voor herhaling vatbaar is en wat niet. De ingrediëntenlijst van dit recept is aardig lang, maar laat je daardoor niet tegenhouden. Het zijn voornamelijk de kruiden wat het “veel” maakt. Heb je deze eenmaal in huis dan zal je dit gerecht vaker gaan maken, want het is een blijvertje.

Ingrediënten

  • 200 gram pasta naar keus
  • 1 kipfilet
  • 250 gram kastanjechampignons
  • 400 gram spinazie
  • 250 gram cherrytomaten
  • 1 ui
  • 200 gram rucola
  • bakje boursin cuisine
  • theelepel basilicum
  • theelepel oregano
  • 1/2 theelepel tijm
  • 1/2 theelepel peterselie
  • 1,5 theelepel knoflookpoeder
  • 1 theelepel gerookte paprikapoeder
  • zout naar smaak
  • pijnboompitjes
  • Parmezaanse kaas

Bereiding

Snijdt de kipfilet in blokjes, snipper het uitje, snijdt de champignons in plakjes en de cherrytomaten in vieren. Kook vervolgens de pasta volgens beschrijving. Doe wat boter in een pan en bak hierin de kipfilet, uien en champignons gaar. Halverwege kan de spinazie erbij, dit kun je handje voor handje doen, maar ik mik altijd alle spinazie in één keer erin, het slinkt toch wel. Het is even wat lastiger roeren, maar het scheelt ook weer tijd en laten we eerlijk zijn; wie wilt dat nou niet. Als de spinazie is geslonken kan de boursin cuisine erbij. Roer het geheel goed door en doe alle kruiden erin. Laat vervolgens op laag vuur pruttelen tot de saus een mooie dikte heeft. Doe de cherrytomaten erbij en verwarm deze nog even goed mee. Serveer met de pasta, Parmezaan, rucola en pijnboompitjes.

*2/3 personen

Leuk, ga jij mij volgen?

Kerrie stoofvlees

Kennen jullie dat, een rotdag op werk. Nou ik had vandaag zo’n dag. Het zat allemaal niet mee en ik was ook niet één van de vrolijkste. Dus om deze dag goed af te sluiten dacht ik; “Ik zet een lekker receptje online”. Zo gezegd, zo gedaan. Zeker nu Swen voetbal kijkt (and don’t blame me) maar ik vind dat dus ontzettend saai. Dus een mooi moment om even voor mijn blog te gaan zitten. Laatst maakte ik weer een keer stoofvlees. Deze keer de variant met kerrie. Ik vind eigenlijk alles met kerrie lekker, dus vandaar dit probeersel. Ondanks dat ik niet wist hoe het ging uitpakken verwachtte ik er stiekem veel van. Puur gebaseerd op de geur, het rook zo lekker dat het eigenlijk ook zo moest smaken. Dit gerechtje is lekker bij nasi, bami maar ook bij “kale” rijst met een lekkere salade. Combineer het met waar jij op dat moment zin in hebt. Sidenote is dat een foto van stoofvlees er meestal niet zo appetijtelijk uitziet, zo ook nu niet. Maar hé, we weten dat het om stoofvlees gaat en met die gedachte in je achterhoofd ziet het er heerlijk uit.

Ingrediënten

  • 600 gram rib- of sukadelap
  • 3 eetlepels kokosrasp
  • sap van een halve citroen
  • 1 theelepel kerriepoeder
  • 0,5 theelepel nootmuskaat
  • 1 theelepel laos
  • 1 theelepel gemberpoeder (djahé)
  • 1 theelepel kurkuma (koenjit)
  • 1 theelepel gemalen koriander (ketoembar)
  • 1 theelepel gemalen komijn (djinten)
  • 1 theelepel citroengras (sereh)
  • 1 theelepel vloeibare gula djawa
  • 3 tenen knoflook
  • 2 kleine uitjes
  • 2 salam blaadjes
  • 1 kruidnagel

Bereiding

Je kan de bereiding eigenlijk zo moeilijk maken als je zelf wilt. Je kan alles in een vijzel fijnmalen zodat je een boemboe krijgt. Dit is de manier hoe ze het veel in Azië en met name Indonesië doen. Maar laten we eerlijk zijn, daar is gewoon niet altijd tijd voor. Dus ik koos voor de makkelijke weg. Ik sneed het vlees in blokjes, snipperde de ui en perste de knoflook. Dit heb ik allemaal in de slowcooker gemikt met een klein beetje vocht en mooi voor 10 uur laten pruttelen op low. Wil je het in de pan op het fornuis doen, gaat het eigenlijk precies hetzelfde, gebruik daarbij alleen iets meer vocht, omdat het in een pan sneller aanbakt. Voordeel van de pan op het fornuis is, dat het sneller klaar is. Voordeel van de slowcooker is dat je er niet meer naar om hoeft te kijken. Hoe je het ook doet, het wordt gegarandeerd een lekker gerechtje.

*3 tot 4 personen

Leuk, ga jij mij volgen?

Stroopwafel cheesecake

Ik ben een tijdje afwezig geweest. Harry en Hagrid ziek (katten), Frits ziek en ondertussen ook nog een weekje vakantie. Gelukkig gaat alles weer zoals het hoort te gaan. Het is natuurlijk niet de bedoeling om soms weken niks van mij te laten horen. Dus ik heb besloten elke dinsdag en elke zaterdag/zondag wat op mijn blog te zetten. Dit kan een recept zijn maar ook andere leuke artikeltjes. Vandaag is het dan wel geen dinsdag, maar ik heb nog ergens de tijd gevonden om een receptje online te zetten. Én niet zomaar een recept maar STROOPWAFEL CHEESECAKE. Wat is die taart hemels, ik heb hem gemaakt voor de verjaardag van mijn vader, ik heb zelf maar een klein stukje geproefd, maar het is één van mijn favoriete taarten. Ook de gasten vonden hem lekker en dat is natuurlijk altijd wel een klein pluspuntje. Het wordt een lang recept dus ga er even lekker voor zitten. Maar de andere kant is, is dat het echt geen moeilijke taart is, en zelfs met weinig “taartervaring” kan je hem toch enigszins etalage waardig maken.

Ingrediënten

Bodem

  • ongeveer 10 stroopwafels

Cheesecake

  • 2 pakjes monchou
  • 250 milliliter slagroom
  • zakje klop-fix
  • sap van een halve citroen
  • zakje vanillesuiker
  • 125 gram witte basterdsuiker

Karameltopping

  • 200 gram witte basterdsuiker
  • 100 milliliter water
  • 100 gram roomboter
  • 150 milliliter slagroom (op kamertemperatuur)

Bereiding

Bodem

De bodem is eigenlijk heel simpel. Breek de stroopwafel in kleine stukjes en verwarm deze even in de magnetron of een pannetje. Bekleed een springvorm met bakpapier en verdeel de warme stroopwafel over de bodem. Druk met de achterkant van een lepel stevig aan en zet een paar uur in de koelkast. De stroop wordt nu weer dik waardoor het een vaste bodem vormt. Én vast dat is ie. Omdat een no-bake cheesecake vrijwel altijd direct vanuit de koelkast wordt gegeten is de bodem nogal hard. Met een vorkje eten is dan ook bijna niet te doen. Maar hé, lekker ordinair een stuk taart vanuit je hand eten moet zo af en toe wel kunnen en ik kan je zeggen; deze taart is het echt waard. Wil je het toch met een vorkje proberen, dat kan. Ik heb het ze zien doen, maar het is wel een beetje lastig.

Cheesecake

Klop de monchou stijf met de basterdsuiker. Heel belangrijk is dat je geen klontjes meer ziet, want deze klontjes proef je naderhand altijd terug. Je mag het roomkaasmengsel dus echt wel stevig kloppen. Zodra het luchtig is en de klontjes weg zijn, zet je het apart in een bakje. Klop vervolgens de slagroom, klop-fix en vanillesuiker stijf. Voeg halverwege het sap van een halve citroen toe. Dit maakt het geheel wat frisser, aangezien het een vrij zware taart is. Als alles stijf is geklopt doe je een flinke eetlepel slagroom bij het roomkaasmengsel en spatel je dit rustig door elkaar. Als het begint te mengen kan de rest van de slagroom erbij. Heel belangrijk is dat je het er rustig doorheen spatelt, en geen kloppende beweging gaat maken. Dan sla je namelijk alle lucht eruit. Nog een handige tip, ik pers de citroen altijd uit boven een mokje, mocht je dan pitjes hebben kun je deze er makkelijk uithalen. Scheelt weer met de vingers roeren in de slagroom, haha.

Karameltopping

Nu gaan we de caramel maken. Karamel is eigenlijk heel makkelijk. Het kan bijna niet misgaan, maar als het dan toch misgaat ligt dat vaak aan je geduld. Doe de suiker in een pannetje en giet het water erbij. Schud even goed met het pannetje dat alle suiker nat is. Zet dit op een vuurtje en laat dit rustig borrelen, en borrelen, en borrelen. Én ja dat duurt lang, want je moet het laten koken tot het bruin wordt en mag ondertussen absoluut niet roeren. Nou na een tijdje begint het bruin te kleuren, dan kan je de boter erbij gooien, roer totdat dit is opgelost en gooi vervolgens de slagroom erbij. Schrik niet, het begint heftig te borrelen, maar dat hoort zo. Blijf ondertussen wel roeren. Als alles goed is gemengd en verwarmd kan je het in een potje/bakje gieten en minstens een hele nacht laten afkoelen. Omdat ik de karamel heb gebruikt als topping voor een taart wilde ik hem wat steviger hebben. Daarom heb ik wat meer boter en slagroom toegevoegd. Speel er een beetje mee. Maar met bovenstaande hoeveelheid heb je een redelijk smeerbare karamel.

Ik heb de taart uiteindelijk versiert met kleine stroopwafeltjes en slagroom, maar je kan natuurlijk doen wat je zelf leuk vindt. Maak er wat van.

Leuk, ga jij mij volgen?