Kip fajita’s met tomatensalsa

Het is warm buiten en je hebt geen zin om uitgebreid te koken, kennen jullie dat gevoel? Dat gevoel had ik gister, ik dook de kast in en keek wat we nog allemaal hadden. Ik vond alle producten om heerlijke kip fajita’s te maken met een frisse salsa. Lekker dat het was en ook nog eens snel klaar. Ik vind dit dan ook een ultiem zomerrecept, lekker met wat salade en eet makkelijk weg. Dit recept bevat ook nog eens een groot deel van je dagelijkse portie aan groente. Swen heb ik er ook blij gemaakt en dat terwijl hij niet zo’n paprika “fan” is, dat zegt denk ik wel genoeg. De ingrediënten lijst is lang, maar laat je daardoor niet afschrikken. Ik weet bijna zeker dat jullie de meeste kruiden in huis hebben, zo niet; AANSCHAFFEN DIE HAP, zodat je nog veeeeeél vaker deze heerlijke kip fajit’s klaar kan maken.

Ingrediënten

  • 1,5 paprika
  • +- 350 gram kipfilet
  • 6 volkorenwraps
  • theelepel zout
  • theelepel gerookte paprikapoeder
  • theelepel paprikapoeder sweet
  • theelepel knoflookpoeder
  • theelepel uienpoeder
  • 3/4 theelepel cayennepeper
  • 1,5 theelepel gemalen komijn
  • 20 milliliter olijfolie
  • 6 eetlepels dikke kwark/yoghurt
  • 3 tomaten
  • rode ui
  • gele ui
  • teen knoflook
  • 1/4 theelepel koriander
  • 1/4 theelepel chilipoeder
  • theelepel citroensap

Bereiding

Ik begin met de paprika’s, ik had 3 kleuren (rood, geel en oranje), niet zozeer om de smaak maar meer omdat het heel mooi staat, al die felle kleuren. Groene paprika had ik weggelaten omdat ik die niet lekker vind, smaakt veel te “groen”. Snijdt de paprika’s in dunne reepjes en de gele ui in halve ringen en zet het even apart. Snijdt nu de kip in wat grovere blokjes en doe deze in een bakje samen met het zout, gerookte paprikapoeder, paprikapoeder sweet, uienpoeder, knoflookpoeder, komijn, cayennepeper en 10 milliliter olijfolie. Roer dit door elkaar tot alle blokjes kip met kruiden bedekt zijn. Laat dit minimaal een half uur marineren. Bak ondertussen de paprika en uien tot alles glazig wordt, zet ook dit weer even apart. Het is namelijk salsa time, salsa is altijd lekker. Snijdt de tomaten in 4en en haal de zaadlijsten eruit, doe de tomaat in de blender samen met 1 teen knoflook, een in 4en gesneden rode ui, koriander, chilipoeder, snuf zout, citroensap en 10 milliliter olijfolie. Hak tot een smeuïge salsa. Bak vervolgens de kip en als deze gaar is doe daar de paprika en uien bij. Roer alles goed door en bak voor een paar minuten. Bedek elke wrap met een eetlepel yoghurt/kwark en doe daar wat salsa op. Verdeel de paprika, ui en kipfilet erover en rollen maar. Als garnering kan je nog een fijngesneden lente uitje eroverheen gooien.

Spaghetti met garnalen in pesto-roomsaus

Deze keer weer een pasta receptje. Pasta gaat er eigenlijk altijd in. Het is (meestal) erg lekker en ook nog eens gemakkelijk om te maken. Zo ook deze spaghetti met garnalen. Maar naar mijn mening kan iets met garnalen bijna niet mislukken. I love shrimps. Niet iedereen vind garnalen lekker maar deze zijn te vervangen door kipfilet. Ook vegetariërs hoeven dit recept niet over te slaan, want zonder garnalen of kip is de saus ook al heel lekker.

Ingredienten

  • 300 gram garnalen
  • 10 milliliter knoflookolie
  • 1 teen knoflook
  • theelepel peterselie
  • 1 ui
  • 170 gram spaghetti
  • 250 gram champignons
  • 125 gram zure room
  • 100 gram pesto
  • theelepel knoflookpoeder
  • halve theelepel zout
  • pijnboompitten
  • geraspte kaas

Bereiding

Bak de garnalen in de knoflookolie samen met de peterselie tot dat ze net roze beginnen te kleuren en zet ze dan even apart in een bakje. Kook vervolgens de spaghetti volgens beschrijving. Ikzelf kies altijd voor volkoren pasta. Het is gezonder en vult ook nog eens beter, maar vind je dit niet lekker neem dan gewone spaghetti. Snijdt de champignons in grote plakken, snipper het uitje en pers de knoflook. Bak dit alles in het vocht van de garnalen net niet gaar. Doe de pesto, zure room, knoflookpoeder en zout erbij en laat even lekker pruttelen tot de saus de goede dikte heeft. Vervolgens doe je de garnalen erbij en laat je nog even een paar minuutjes rustig pruttelen. Roer vervolgens de spaghetti erdoorheen en serveer met pijnboompitjes en geraspte kaas. Et vóila een heerlijk pasta gerechtje. Waarschijnlijk zou enig Italiaan mij wat aan willen doen aangezien ik al hun “pasta regels” aan mijn laars lap, maar hé I don’t care. Het is lekker daar gaat het om.

Pasta met romige saus

Deze pasta met romige saus heeft eigenlijk alles. Maar niet geheel onbelangrijk, met deze pasta zit jij sowieso aan je verplichte dagelijkse hoeveelheid groente. Deze pasta is dus niet alleen heel lekker maar ook nog eens gezond. Dat is mooi meegenomen, nog een mooi bijkomstigheid is dat de pasta snel op tafel staat. Ideaal voor na een dagje werken. Ik had een restje meegenomen naar mijn moeder en die gaf het cijfer 9.5, ik blij. Want ja mijn moeder is aardig kritisch. Misschien iets raars, maar Swen en mijn ouders geven mijn gerechten altijd cijfers, zo weet ik wat voor hen voor herhaling vatbaar is en wat niet. De ingrediëntenlijst van dit recept is aardig lang, maar laat je daardoor niet tegenhouden. Het zijn voornamelijk de kruiden wat het “veel” maakt. Heb je deze eenmaal in huis dan zal je dit gerecht vaker gaan maken, want het is een blijvertje.

Ingrediënten

  • 200 gram pasta naar keus
  • 1 kipfilet
  • 250 gram kastanjechampignons
  • 400 gram spinazie
  • 250 gram cherrytomaten
  • 1 ui
  • 200 gram rucola
  • bakje boursin cuisine
  • theelepel basilicum
  • theelepel oregano
  • 1/2 theelepel tijm
  • 1/2 theelepel peterselie
  • 1,5 theelepel knoflookpoeder
  • 1 theelepel gerookte paprikapoeder
  • zout naar smaak
  • pijnboompitjes
  • Parmezaanse kaas

Bereiding

Snijdt de kipfilet in blokjes, snipper het uitje, snijdt de champignons in plakjes en de cherrytomaten in vieren. Kook vervolgens de pasta volgens beschrijving. Doe wat boter in een pan en bak hierin de kipfilet, uien en champignons gaar. Halverwege kan de spinazie erbij, dit kun je handje voor handje doen, maar ik mik altijd alle spinazie in één keer erin, het slinkt toch wel. Het is even wat lastiger roeren, maar het scheelt ook weer tijd en laten we eerlijk zijn; wie wilt dat nou niet. Als de spinazie is geslonken kan de boursin cuisine erbij. Roer het geheel goed door en doe alle kruiden erin. Laat vervolgens op laag vuur pruttelen tot de saus een mooie dikte heeft. Doe de cherrytomaten erbij en verwarm deze nog even goed mee. Serveer met de pasta, Parmezaan, rucola en pijnboompitjes.

*2/3 personen

Kerrie stoofvlees

Kennen jullie dat, een rotdag op werk. Nou ik had vandaag zo’n dag. Het zat allemaal niet mee en ik was ook niet één van de vrolijkste. Dus om deze dag goed af te sluiten dacht ik; “Ik zet een lekker receptje online”. Zo gezegd, zo gedaan. Zeker nu Swen voetbal kijkt (and don’t blame me) maar ik vind dat dus ontzettend saai. Dus een mooi moment om even voor mijn blog te gaan zitten. Laatst maakte ik weer een keer stoofvlees. Deze keer de variant met kerrie. Ik vind eigenlijk alles met kerrie lekker, dus vandaar dit probeersel. Ondanks dat ik niet wist hoe het ging uitpakken verwachtte ik er stiekem veel van. Puur gebaseerd op de geur, het rook zo lekker dat het eigenlijk ook zo moest smaken. Dit gerechtje is lekker bij nasi, bami maar ook bij “kale” rijst met een lekkere salade. Combineer het met waar jij op dat moment zin in hebt. Sidenote is dat een foto van stoofvlees er meestal niet zo appetijtelijk uitziet, zo ook nu niet. Maar hé, we weten dat het om stoofvlees gaat en met die gedachte in je achterhoofd ziet het er heerlijk uit.

Ingrediënten

  • 600 gram rib- of sukadelap
  • 3 eetlepels kokosrasp
  • sap van een halve citroen
  • 1 theelepel kerriepoeder
  • 0,5 theelepel nootmuskaat
  • 1 theelepel laos
  • 1 theelepel gemberpoeder (djahé)
  • 1 theelepel kurkuma (koenjit)
  • 1 theelepel gemalen koriander (ketoembar)
  • 1 theelepel gemalen komijn (djinten)
  • 1 theelepel citroengras (sereh)
  • 1 theelepel vloeibare gula djawa
  • 3 tenen knoflook
  • 2 kleine uitjes
  • 2 salam blaadjes
  • 1 kruidnagel

Bereiding

Je kan de bereiding eigenlijk zo moeilijk maken als je zelf wilt. Je kan alles in een vijzel fijnmalen zodat je een boemboe krijgt. Dit is de manier hoe ze het veel in Azië en met name Indonesië doen. Maar laten we eerlijk zijn, daar is gewoon niet altijd tijd voor. Dus ik koos voor de makkelijke weg. Ik sneed het vlees in blokjes, snipperde de ui en perste de knoflook. Dit heb ik allemaal in de slowcooker gemikt met een klein beetje vocht en mooi voor 10 uur laten pruttelen op low. Wil je het in de pan op het fornuis doen, gaat het eigenlijk precies hetzelfde, gebruik daarbij alleen iets meer vocht, omdat het in een pan sneller aanbakt. Voordeel van de pan op het fornuis is, dat het sneller klaar is. Voordeel van de slowcooker is dat je er niet meer naar om hoeft te kijken. Hoe je het ook doet, het wordt gegarandeerd een lekker gerechtje.

*3 tot 4 personen

Stroopwafel cheesecake

Ik ben een tijdje afwezig geweest. Harry en Hagrid ziek (katten), Frits ziek en ondertussen ook nog een weekje vakantie. Gelukkig gaat alles weer zoals het hoort te gaan. Het is natuurlijk niet de bedoeling om soms weken niks van mij te laten horen. Dus ik heb besloten elke dinsdag en elke zaterdag/zondag wat op mijn blog te zetten. Dit kan een recept zijn maar ook andere leuke artikeltjes. Vandaag is het dan wel geen dinsdag, maar ik heb nog ergens de tijd gevonden om een receptje online te zetten. Én niet zomaar een recept maar STROOPWAFEL CHEESECAKE. Wat is die taart hemels, ik heb hem gemaakt voor de verjaardag van mijn vader, ik heb zelf maar een klein stukje geproefd, maar het is één van mijn favoriete taarten. Ook de gasten vonden hem lekker en dat is natuurlijk altijd wel een klein pluspuntje. Het wordt een lang recept dus ga er even lekker voor zitten. Maar de andere kant is, is dat het echt geen moeilijke taart is, en zelfs met weinig “taartervaring” kan je hem toch enigszins etalage waardig maken.

Ingrediënten

Bodem

  • ongeveer 10 stroopwafels

Cheesecake

  • 2 pakjes monchou
  • 250 milliliter slagroom
  • zakje klop-fix
  • sap van een halve citroen
  • zakje vanillesuiker
  • 125 gram witte basterdsuiker

Karameltopping

  • 200 gram witte basterdsuiker
  • 100 milliliter water
  • 100 gram roomboter
  • 150 milliliter slagroom (op kamertemperatuur)

Bereiding

Bodem

De bodem is eigenlijk heel simpel. Breek de stroopwafel in kleine stukjes en verwarm deze even in de magnetron of een pannetje. Bekleed een springvorm met bakpapier en verdeel de warme stroopwafel over de bodem. Druk met de achterkant van een lepel stevig aan en zet een paar uur in de koelkast. De stroop wordt nu weer dik waardoor het een vaste bodem vormt. Én vast dat is ie. Omdat een no-bake cheesecake vrijwel altijd direct vanuit de koelkast wordt gegeten is de bodem nogal hard. Met een vorkje eten is dan ook bijna niet te doen. Maar hé, lekker ordinair een stuk taart vanuit je hand eten moet zo af en toe wel kunnen en ik kan je zeggen; deze taart is het echt waard. Wil je het toch met een vorkje proberen, dat kan. Ik heb het ze zien doen, maar het is wel een beetje lastig.

Cheesecake

Klop de monchou stijf met de basterdsuiker. Heel belangrijk is dat je geen klontjes meer ziet, want deze klontjes proef je naderhand altijd terug. Je mag het roomkaasmengsel dus echt wel stevig kloppen. Zodra het luchtig is en de klontjes weg zijn, zet je het apart in een bakje. Klop vervolgens de slagroom, klop-fix en vanillesuiker stijf. Voeg halverwege het sap van een halve citroen toe. Dit maakt het geheel wat frisser, aangezien het een vrij zware taart is. Als alles stijf is geklopt doe je een flinke eetlepel slagroom bij het roomkaasmengsel en spatel je dit rustig door elkaar. Als het begint te mengen kan de rest van de slagroom erbij. Heel belangrijk is dat je het er rustig doorheen spatelt, en geen kloppende beweging gaat maken. Dan sla je namelijk alle lucht eruit. Nog een handige tip, ik pers de citroen altijd uit boven een mokje, mocht je dan pitjes hebben kun je deze er makkelijk uithalen. Scheelt weer met de vingers roeren in de slagroom, haha.

Karameltopping

Nu gaan we de caramel maken. Karamel is eigenlijk heel makkelijk. Het kan bijna niet misgaan, maar als het dan toch misgaat ligt dat vaak aan je geduld. Doe de suiker in een pannetje en giet het water erbij. Schud even goed met het pannetje dat alle suiker nat is. Zet dit op een vuurtje en laat dit rustig borrelen, en borrelen, en borrelen. Én ja dat duurt lang, want je moet het laten koken tot het bruin wordt en mag ondertussen absoluut niet roeren. Nou na een tijdje begint het bruin te kleuren, dan kan je de boter erbij gooien, roer totdat dit is opgelost en gooi vervolgens de slagroom erbij. Schrik niet, het begint heftig te borrelen, maar dat hoort zo. Blijf ondertussen wel roeren. Als alles goed is gemengd en verwarmd kan je het in een potje/bakje gieten en minstens een hele nacht laten afkoelen. Omdat ik de karamel heb gebruikt als topping voor een taart wilde ik hem wat steviger hebben. Daarom heb ik wat meer boter en slagroom toegevoegd. Speel er een beetje mee. Maar met bovenstaande hoeveelheid heb je een redelijk smeerbare karamel.

Ik heb de taart uiteindelijk versiert met kleine stroopwafeltjes en slagroom, maar je kan natuurlijk doen wat je zelf leuk vindt. Maak er wat van.

Gehaktballetjes in zoetzure saus

Gehaktballetjes, ze zijn er in allerlei soorten, maten, kleuren en smaken. Je kunt er eeuwig mee variëren. En ik denk dat juist dat het maken van gehaktballetjes zo leuk maakt. Laatst op een verjaardag waren er als hapje gehaktballetjes in zoetzure saus, weliswaar de kant en klare versie. Maar de kant en klare versie smaakte verrassend smakelijk, dus ik dacht hoe lekker moeten ze zelfgemaakt wel niet zijn. Ik ben aan de slag gegaan met in mijn achterhoofd de gedachte dat de basis voor zoetzuur eigenlijk altijd iets met tomaat en suiker is. Ik ben gaan experimenteren en kwam op een saus die ik eigenlijk wel erg lekker vond. De balletjes heb ik ook nog iets gekruid om zo tot een lekker geheel te komen. Door Swen en mijn ouders zijn de balletjes in ieder geval goedgekeurd. Voor de eerst volgende keer dat we een feestje hebben ga ik deze gehaktballetjes maken, ik weet bijna zeker dat, dat een succes wordt.

Ingrediënten

Zoetzure saus

  • 1,5 eetlepel tomatenpuree
  • 1 eetlepel gembersiroop
  • 3 theelepels bruine suiker
  • 2 tenen knoflook
  • halve theelepel zout
  • theelepel citroensap
  • 80 milliliter water
  • 1 eetlepel tomatenketchup

Gehaktballetjes

  • 500 gram gehakt
  • 1 ei
  • 1,5 theelepel ketjap
  • 1,5 theelepel 5 kruidenpoeder
  • halve theelepel zout

Bereiding

Ik begin altijd eerst met de saus. Doe alle ingrediënten voor de saus in een pannetje en verwarm dit goed, het mag best even 5 minuten pruttelen. Meng daarna het gehakt met alle ingrediënten en maak er kleine balletjes van, ongeveer 1 cm in doorsnee. Bak de balletjes rondom bruin en laat daarna op zacht vuur bakken tot de balletjes gaar zijn. Gooi de saus erbij en roer alles goed door. Deze hoeveelheid is goed voor een klein gezelschap. Heb jij meerdere gasten verdubbel het recept dan.

Beef Wellington

Beef Wellington is een luxe gerecht, wij aten het wel eens tijdens kerst bij mijn moeder thuis. Omdat Swen erg van rundvlees houdt en we de laatste tijd best wat stoofvlees hadden gegeten wilde ik eens wat anders maken. Ik kwam uit om Beef Wellington. Normaliter maak je dit met biefstuk, maar toen ik bij de slager kwam zag ik een heel mooi stuk rosbief liggen. Dus ik heb gekozen voor Rosbief. Rosbief komt qua bereiding net wat nauwer. De kerntemperatuur moet ongeveer 52 graden zijn, dit is makkelijk te meten met een vleesthermometer, de andere optie is op gevoel.

Ingrediënten

  • 600 gram rosbief aan 1 stuk
  • 1 sjalot
  • 3 tenen knoflook
  • 250 gram champignons
  • rol vers bladerdeeg
  • mager ontbijtspek of bacon
  • mosterd

Bereiding

Bak de rosbief in bakboter aan alle kanten bruin, giet vervolgens een beker water in de pan, draai het vuur laag en laat 20 minuten sudderen met de deksel erop. Hak ondertussen de champignons en het sjalotje heel fijn en pers de knoflook uit. Bak de champignons, sjalot en knoflook in een pan tot het helemaal droog is. Zet dit in een bakje apart en laat afkoelen. Als het vlees 20 minuten heeft gesudderd leg je het 15 minuten apart. Als het vlees rust dan wordt het malser. Er komt veel vleesvocht uit, gooi dit niet weg maar maak er bijvoorbeeld een lekker jus van. Ik heb trouwens het vlees niet gekruid, omdat er straks uit het spek zout komt. Rol de plak bladerdeeg uit en leg dit voor je neer, verdeel daar eerst het champignon mengsel over, verdeel dan 8 plakjes mager ontbijtspek of bacon over de champignons. Smeer het vlees in met een laagje mosterd en leg dit bovenop de champignons en spek. vouw/rol het bladerdeeg mooi over het stuk vlees en bestrijk de bladerdeeg met een geklutst eitje. Bak op 230 graden in ongeveer 20 minuten mooi bruin. Houdt het goed in de gaten, per oven verschilt het, de ene heeft wat langer nodig, de ander wat minder.

Serveer in plakken met een lekkere salade.

*4 personen

Limburgs zoervleis

Ik vind het heerlijk om allerlei soorten stoofvlees uit te proberen. Al een aantal keer zag ik ergens Limburgs zoervleis voorbij komen. Omdat het niet zo “lekker” klinkt heb ik het eigenlijk nooit echt geprobeerd. Laatst had ik een mooi stuk riblap en bedacht ik mij toch eens Limburgs zoervleis te proberen. De smaak was verrassend lekker, wel was de structuur wat wennen, het is namelijk een stroperige dikke en wat zoetige saus. Swen vond het ook lekker, dus ik ga het zeker vaker maken. Omdat het een gerecht is wat vrij lang moest stoven is het vlees met de saus heel donker geworden, tot bijna zwart. Gelukkig is dat hoe het hoort, dus schrik niet als je het gaat maken.

Ingrediënten

  • 600 gram stoofvlees
  • 400 milliliter blanke of natuurazijn
  • 300 milliliter water
  • 3 grote uien
  • 4 eetlepels appel-kaneel stroop
  • 2 plakjes ontbijtkoek
  • 3 blaadjes laurier
  • 2 kruidnagels
  • 100 gram bruine suiker

Bereiding

Snijdt het stoofvlees in stukken en snipper het uitje. Doe het stoofvlees met ui in de pan met wat bakboter en bak tot het vlees bruin is. Doe daarna het water en azijn erbij en roer goed door. Doe de stroop, ontbijtkoek, laurier, kruidnagel en bruine suiker erbij en roer weer goed door. Laat minstens 6 uur zachtjes stoven. Let goed op dat het vlees niet droog komt te staan, voeg dan wat water toe. Wanneer het vlees uit elkaar valt is het gaar.

Dit gerecht is ook heel makkelijk in de slowcooker te maken. Gooi dan gewoon alles in de slowcooker, maar halveer de hoeveelheid water. Zet de slowcooker dan 8 uur of langer op low.

Kaas-uien brood

Ik krijg de laatste tijd veel meer plezier in het bakken van verschillende soorten broden en broodproducten. Dat komt omdat in 95% van de gevallen het eindresultaat naar verwachting is. Een aantal jaar geleden was dit anders, toen waren de resultaten een stukje teleurstellender. Het vergt wat oefening maar dan is brood bakken so satisfying. Dit kaas-uien brood maakte ik voor bij mijn ouders bij de soep en het brood werd goed ontvangen. Hij is niet alleen mooi maar smaakt ook lekker. Het is een makkelijk maar stug deeg, het deeg is wel goed te verwerken. Ik zou zeggen ga het gewoon lekker proberen, want het resultaat zal jullie niet teleurstellen.

Ingrediënten

  • 500 gram bloem
  • 14 gram gist
  • 270 milliliter melk
  • 70 gram boter
  • 250 gram geraspte kaas
  • 4/5 uien
  • 15 gram zout
  • 100 gram Parmezaanse kaas
  • 2 theelepels oregano
  • theelepel honing

Bereiding

Meng in een grote kom de bloem met het gist, zout, Parmezaanse kaas en oregano. Gooi de melk met de boter in de pan en laat de boter smelten. Let op de melk mag niet koken. Als de boter is gesmolten gooi je het melk-boter mengsel in een aparte bak en doe je er de honing bij. Voeg de helft van het bloemmengsel toe en roer goed door met een spatel. Voeg vervolgens de rest van het bloemmengsel toe en roer weer goed. Als het deeg wat vaster begint te worden kneed je met de hand verder. Zoals ik al had vermeld is het een redelijk stug deeg dus met de handen kneden vind ik persoonlijk het fijnste werken. Als het een mooi compact deeg is maak je er een bol van en leg je dit in een kom even een half uurtje apart. Het deeg hoeft niet echt te rijzen, het is eigenlijk meer even rusten. Ondertussen snijd je de uien in halve ringen. Pak het deeg er weer bij, verdeel het in 2 bollen en rol elke bol uit tot een ovaal brood van zo’n 8mm/1cm. Leg de plak op de bakplaat en bedek rijkelijk met de uien en vervolgens de geraspte kaas. Bak de broden in 25 minuten op 180 graden af.

*2 grote broden

Champignonsoep met ballen

Deze goed gevulde en gebonden champignonsoep maakt ik afgelopen week voor bij de worstenbroodjes. Soep is soms zo makkelijk als avondeten, je kan het van tevoren maken en als je dan een keertje wat minder tijd hebt om te koken warm je de soep op in een pannetje. Deze champignonsoep is één van mijn favorieten, gemakkelijk, lekker en snel.

Ingrediënten

  • 3 doosjes champignons
  • 2 potjes champignons
  • 5 tenen knoflook
  • bosje lente ui
  • 300/400 gram gehakt
  • 500 milliliter kookroom
  • 2 bouillonblokjes (rund of kip)
  • 50 gram bloem
  • 40 gram boter
  • 1,2 liter water
  • 250 milliliter witte wijn
  • 1 ui

bereiding

Draai de gehaktballetjes, om mooie balletjes te vormen kun je een ei en wat paneermeel toevoegen, leg de balletjes vervolgens even apart. Ohja ik gebruikte in dit geval gemend gehakt, dan worden de balletjes niet zo droog maar blijven deze lekker smeuïg. Snipper de ui, snijdt/knip de lente ui in ringen, pers de knoflook en snijdt de champignons in plakjes. Smelt de boter in een grote soeppan en bak daarin het uitje met knoflook glazig. Voeg vervolgens de bloem toe en laat dit even meebakken. Gooi al het water, kookroom,bouillonblokje en champignons in de pan en breng dit aan de kook. Laat dit vervolgens een half uurtje rustig pruttelen. Voeg daarna de lente ui, ballen en witte wijn toe en laat weer een kwartiertje pruttelen. Ik voegde verder geen zout toe, maar als jij wel wat zout wilt toevoegen blijf dan tussendoor goed proeven, de soep wordt snel te zout en dat zou zonde zijn. In het geval van kinderen voeg de wijn dan tegelijkertijd met het water en de kookroom toe, dan weet je zeker dat alle alcohol is verdampt. Eet smakelijk!

*6 tot 8 kommen soep